Selectief droogzetten: Ervaringen uit Nederland

Sinds 2013 mogen koeien in Nederland niet meer standaard drooggezet worden met antibiotica. Selectief droogzetten werd de nieuwe norm. Hoewel men aanvankelijk vreesde dat dit tot meer uierontstekingen kon leiden, bleek selectief droogzetten eigenlijk geen negatieve gevolgen voor de uiergezondheid te hebben [1]. Het antibioticumgebruik daalde ook aanzienlijk.

Volgens de Nederlandse richtlijnen mag men enkel nog antibiotica toedienen aan koeien met een celgetal hoger dan 50.000 cellen/ml bij de laatste melkcontrole voor droogstand. Voor vaarzen ligt de grens op 150.000 cellen/ml.

Om na te gaan hoe de richtlijnen in de praktijk werden toegepast, voerde men tussen 2016 en 2017 een groot onderzoek uit op 262 Nederlandse bedrijven [2].

Hieruit bleek het volgende:

  • De gemiddelde droogstandsduur is 49 dagen (7 weken). Gemiddeld worden 47% van de koeien op een bedrijf drooggezet met antibiotica. (Ter vergelijking: voor het invoeren van de maatregel werd 90% van de Nederlandse koeien nog drooggezet met antibiotica.) Op 76% van de bedrijven gebruikt men ook “teat sealers”.

 

  • Om de melkproductie te laten zakken voor de droogstand, geeft men in de meeste gevallen minder krachtvoer (60% van de bedrijven), gaat men minder vaak melken (38%) of wordt het energieniveau van het basisrantsoen verlaagd (27%).

 

  • Het gemiddeld tankmelkcelgetal is 169.000 cellen/ml. Er zijn gemiddeld 27 klinische uierontstekingen per 100 koeien per jaar. Het gemiddeld antibioticumgebruik komt neer op 2.94 dier dag doseringen per jaar (m.a.w. een koe krijgt gemiddeld 2.94 dagen per jaar antibiotica).

 

  • Wanneer een koe in aanmerking komt voor antibiotica, kiest bijna 90% van de melkveehouders ervoor om alle kwartieren tegelijk met uiertubes droog te zetten. Zo’n 10% van de veehouders zet alleen het aangetaste kwartier droog met antibiotica.

 

  • Er zijn wel enkele verschillen tussen melkrobotbedrijven en bedrijven met een klassieke melkinstallatie. Uierontstekingen komen niet vaker voor op robotbedrijven, maar gaan wel vaker gepaard met ernstige symptomen (zoals koorts, daling van de eetlust en algemene ziekte). Een mogelijke verklaring hiervoor is dat milde uierontstekingen vaker over het hoofd gezien worden door robotmelkers, waardoor de infectie kan verergeren. Daarnaast komen subklinische uierontstekingen (met enkel een celgetalverhoging) vaker voor op robotbedrijven, en moeten koeien vaker met antibiotica drooggezet worden.

Selectief droogzetten is zeker mogelijk, maar een goed mastitismanagement is wel nodig. Wil je er zelf mee aan de slag? Dan kan je misschien nog wat inspiratie putten uit deze video.

Bronnen

[1] Scherpenzeel, C.G.M., Tijs, S.H.W., Den Uijl, I.E.M., Santman-Berends, I.M.G.A., Velthuis, A.G.J. and Lam, T.J.G.M., 2016. Farmers’ attitude toward the introduction of selective dry cow therapy. Journal of dairy science99(10), pp.8259-8266.

[2] Tijs, S.H.W., Holstege, M.M.C., Scherpenzeel, C.G.M., Santman-Berends, I.M.G.A., Velthuis, A.G.J. and Lam, T.J.G.M., 2022. Effect of selective dry cow treatment on udder health and antimicrobial usage on Dutch dairy farms. Journal of Dairy Science.